Bloms eerste grote opdracht is een ontwerp voor een utilitair bouwwerk, de verbouwing van een boerderij tot tijdelijke mensa op het terrein van de TH Twente. Pikant genoeg krijgt Blom de opdracht via ir. Van Tijen, architect van ‘de nieuwe zakelijkheid’. Van Tijen verwacht dat Blom van de Twentse boerderij een ‘sfeervol’ ontwerp kan maken. Blom voert de opdracht met de grootst mogelijke toewijding en detaillering uit. Bij de oplevering in 1965 zegt Van Tijen dat Blom boven elke verwachting in zijn opdracht is geslaagd. Ook Blom spreekt zijn dankbaarheid uit: ‘Van Tijen, de tegenstander, geeft me gewoon een opdracht. Zonder dat zou ik tot de dag van vandaag een plannenmaker zijn gebleven zonder één steen op de ander te hebben gezet.’
Vanwege de succesvolle verbouwing van de boerderij krijgt Blom direct een vervolgopdracht: de nieuwbouw van de definitieve mensa. Blom is echter ontevreden met de locatie en ontwerpt uit protest een fort, dat later de naam ‘Bastille’ krijgt. Want het liefst had Blom gezien dat zijn mensa in het centrum van een stad kon worden gebouwd, vervlochten met het sociale en economische interieur. In juni 1969 wordt de Bastille opgeleverd.
In 1976 maakt Blom zijn eerste schetsen voor de nieuwe kunstacademie van Groningen. ‘Academie Minerva’ moet een ‘kunstvesting’ worden, ingebed in de binnenstad van Groningen. Hij ontwerpt een verzameling van kleinere gebouwen, die door middel van trappen en steegjes zijn verbonden met de omliggende stad, met een centrale binnenplaats als ‘ontmoetingsplein’ voor de buurt. Op 2 oktober 1984 wordt Academie Minerva door koningin Beatrix geopend.
Negen jaar na Minerva wordt Bloms laatste utilitaire bouwwerk opgeleverd: een romantisch kantoorgebouw voor het Gasbedrijf Kennemerland in Heemskerk, dat hij samen met zijn compagnon Hans van der Eijk uitwerkt. Het gebouw van het Gasbedrijf is Bloms aanklacht tegen de vaak zo zakelijke en emotieloze architectuur van bedrijfsgebouwen.
